Hellboy
Give Evil Hell


Na twee uitputtende dagen bezienswaardigheden bekijken in Dublin, bleven we braafjes in het hostel zitten. We konden geen pap meer zeggen of we hadden gewoon geen zin meer om onze benen te strekken. De laatste avond van ons verblijf (23 september) besloten Grim, Frederik, Dimitri en ik om naar de bioscoop te gaan. We hadden al enkele billboards gezien met reclame voor de plaatselijke UGC’s, dus vertrokken we gezwind naar het witte doek. Ik had ‘ze boyz’ al enkele dagen warm-
gemaakt voor “Hellboy”. Inderdaad, na ettelijke X-, Vleermuis- en Spinnen-Mannen alwéér een comic-verfilming. Ditmaal geen overbekende Marvel-comic, maar Mike Mignola’s “Hellboy” (een Dark Horse publicatie). Een schare fans had de film in Amerika bezocht, maar toch in mindere mate dan Sony (de producenten van de film) had gehoopt. Tja, “The Passion Of The Christ” ontketende een stormloop en een nooit geziene godsdienstwaanzin-heropflakkering (amai, als dat een bestaand woord is, ben ik een rolmops). Verschillende bioscoop-
uitbaters waren dus niet al te happig om een film met het woord “Hell” te programmeren naast “The Passion”.

Soit, uit de kosten geraakte hij net en met de “worldwide-sales” zal het zeker ook wel meevallen. De film verdient alleszins een groot publiek, met dien verstande dat het een absoluut ‘verstand-op-nul’-filmpje is. Je moet er écht van houden. Die zin hoor je wel meer bij besprekingen van entertainment allerhande, maar in dit geval is het dus wel waar. Ga onder geen beding naar “Hellboy” zien als je van intellectuele, artisanale, cinefiele of artistieke films houdt. “Hellboy” is niet spiritueel en is geen mijlpaal in de filmgeschiedenis à la “Ben-Hur” of “Citizen Kane”. Het is zelfs geen mokerslag van een prent, hoewel Hellboy’s rechterhand best voor een moker kan doorgaan. Wat is “Hellboy” dan wel? Simpel : pure fun!

Guillermo Del Toro, de Mexicaanse gezellige chubby die eerder comic-fans plezierde met “Blade II” (niet gezien), is een verdienstelijk regisseur. Deze film kun je zijn “labour of love” noemen. Hij ijverde sinds 1996 voor deze film, maar pas nadat hij de twijfelende executives een boxoffice-poepje liet ruiken met zijn vorige film (Blade II, dus), kreeg hij groen licht. Hij liet er zelfs de regie van Harry Potter III voor schieten, dus van schaamteloos winstbejag kan je hem niet beschuldigen. Dat de film er uiteindelijk toch kwam (met een naar Tinseltown-normen bescheiden budget), is te danken aan Del Toro’s keuze voor de hoofdrol. Pakweg Vin Diesel of Bruce Willis hadden het budget met 20 miljoen dollar de hoogte ingejaagd, maar wie is in godsnaam Ron Perlman?! Wel, een karakteracteur die dus nu zijn eerste blockbuster-hoofdrol heeft gekregen. Doet hij dat goed. Nee. Hij doet het fantastisch!

Baby Hellboy werd naar hier gehaald tijdens WOII om de Duitsers te helpen. Maar mensen die het goed met hem menen konden hem oppakken en voedden hem liefkozend op. Zestig jaar later zijn de slechte Rikken uit op wraak en moet Hellboy kiezen : vecht hij voor of tegen hen?

Het verhaal is erg ingewikkeld voor wie nooit een Hellboy-comic heeft gelezen en ik moet de film ook nog eens zien om alle finesses te begrijpen. Tenslotte was de film niet ondertiteld in Dublin. Maar de vertolking van Perlman staat als twee huizen, William Hurt is zoals steeds imposant, de film oogt fris, is verbazend snedig gemonteerd en de muziek is (als kers op de met Baby Ruth-bedekte taart) groots.

Als ik heel eerlijk ben, is het een flutfilm. Maar ik heb me rot geamuseerd. Een dikke, rode aanrader! Ga dat zien!


Julian De Backer, 5 november 2004